Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, ingekomen op 25 november 2020;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;
- een journaalbericht van mr. Kamphuis van 18 maart 2021 met producties;
- een journaalbericht van mr. Gerrits van 14 april 2021 met producties, en
- een journaalbericht van mr. Kamphuis van 15 april 2021 met productie.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2006 te [plaats2] , provincie Rif [plaats1] (Syrië), en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2008 te [plaats2] , provincie Rif [plaats1] (Syrië).
4.De omvang van het geschil
- bepaald dat de man € 95,- per kind per maand aan kinderalimentatie moet betalen met ingang van de datum van die beschikking;
- bepaald dat de man € 11,- per maand aan partneralimentatie moet betalen met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
- partijen bevolen over te gaan tot verdeling van de hen in gemeenschap toebehorende goederen ten overstaan van een notaris;
- de proceskosten tussen de partijen gecompenseerd, en
- het meer of anders verzochte afgewezen.
- indien het hof van oordeel is dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden: de kinder- en partneralimentatie met ingang van de datum van de echtscheiding(sbeschikking) op nihil te stellen of een datum zoals het hof juist acht;
- de vrouw alsnog te veroordelen om de helft van de belastingtoeslagen aan de man te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, en;
- de vrouw alsnog te veroordelen om aan de man € 7.000,- te betalen wegens haar opname van het spaargeld van de man, te vermeerderen met de wettelijke rente, kosten rechtens.