ECLI:NL:GHARL:2021:7094
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling verdachte voor belediging ambtenaar met taakstraf
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 4 september 2020. Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor de tenlastegelegde belediging van een ambtenaar tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Het hof heeft het onderzoek op de terechtzitting van 2 juli 2021 verricht en kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal die vernietiging van het vonnis en veroordeling van verdachte tot dezelfde straf vorderde, evenals de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in de schadevergoeding. Na zorgvuldige overweging is het hof van oordeel dat de politierechter op juiste gronden heeft beslist en bevestigt het vonnis.
De uitspraak werd op 16 juli 2021 uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te Leeuwarden. De raadsheer J.S. van Duurling was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. De strafrechtelijke veroordeling blijft daarmee ongewijzigd en de vordering tot schadevergoeding wordt niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 60 uren met een voorwaardelijke hechtenis en proeftijd, en verklaart de schadevordering niet-ontvankelijk.