ECLI:NL:GHARL:2021:7129
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak belaging wegens onvoldoende bewijs stelselmatige inbreuk op persoonlijke levenssfeer
Verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor belaging van twee personen, waarbij hem werd verweten herhaaldelijk berichten te sturen, langs hun woningen te rijden en hen op te wachten met het oogmerk hen te dwingen of vrees aan te jagen. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en in hoger beroep opnieuw recht gedaan.
Het hof heeft het dossier en het onderzoek ter terechtzitting beoordeeld en vastgesteld dat verdachte weliswaar contact heeft gezocht en langs de woningen is gereden, maar dat deze gedragingen niet frequent en intens genoeg waren om te spreken van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Daarbij is ook rekening gehouden met de bestaande familieverhoudingen en de omstandigheden waaronder de contacten plaatsvonden.
Op grond van deze beoordeling heeft het hof geconcludeerd dat niet bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging zoals bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Daarom is verdachte vrijgesproken van de tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van belaging wegens onvoldoende bewijs van stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.