In deze civiele procedure heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het herroepingsverzoek van eiseres afgewezen. Eiseres verzocht herroeping van een arrest over de uitvoering van een leeflaagsanering, stellende dat deze niet overeenkomstig de provinciale beschikking was uitgevoerd.
Het hof stelde vast dat de sanering wel was uitgevoerd volgens een aangepast saneringsplan, dat slechts marginale verschillen vertoonde ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Er was geen sprake van bedrog door gedaagde, noch van achtergehouden stukken van beslissende aard. Bovendien had eiseres al geruime tijd kennis van de feitelijke situatie en was de sanering door de provincie herhaaldelijk goedgekeurd.
Het hof benadrukte dat het verschil tussen de plannen geen invloed had op het oordeel van de provincie en dat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat de sanering niet aan het saneringsdoel voldeed. Ook de stellingen over de hoeveelheid en mogelijke vervuiling van de afgegraven grond voldeden niet aan de eisen voor herroeping omdat deze stukken reeds in de hoofdprocedure aan de orde waren geweest.
Daarom werd het verzoek afgewezen en werd eiseres veroordeeld in de kosten van het geding, inclusief griffierecht, salaris advocaat en nakosten. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2021.