ECLI:NL:GHARL:2021:716

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 januari 2021
Publicatiedatum
26 januari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.245.827
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 76 RVV 1990Art. 43 lid 3 RVV 1990Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking door overschrijding doorgetrokken streep voor bereiken vluchtstrook

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op de A58. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde anders.

De betrokkene voerde aan dat de uitzondering in artikel 76, tweede lid, onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 (RVV 1990) van toepassing is, waardoor het overschrijden van de doorgetrokken streep gerechtvaardigd was om de vluchtstrook te bereiken. Het hof volgde deze redenering en stelde vast dat het eerste lid van artikel 76 niet Pro van toepassing is in deze situatie.

Het hof benadrukte dat het ontbreken van een noodgeval geen rol speelt bij deze uitzondering, aangezien de beperking op het gebruik van de vluchtstrook in noodgevallen is geregeld in een ander artikel (artikel 43, derde lid, RVV 1990). Daarom werd de sanctiebeschikking vernietigd en de proceskosten aan de zijde van de betrokkene toegewezen.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens overschrijding van de doorgetrokken streep wordt vernietigd omdat de uitzondering voor het bereiken van de vluchtstrook van toepassing is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.245.827/01
CJIB-nummer
: 211797133
Uitspraak d.d.
: 26 januari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 juli 2018, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. drs. A.C.M. Brom, kantoorhoudende te Eersel.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in een richting)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 oktober 2017 om 7:17 uur op de A58 in Bavel AC met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De gemachtigde voert onder meer aan dat de uitzondering van artikel 76, tweede lid, onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 (RVV 1990) van toepassing is. Daarmee vervalt de overtreding van artikel 76, eerste lid, van het RVV 1990. De redenering van de kantonrechter dat de wetgever met genoemde uitzondering alleen kan hebben gedoeld op de situatie dat de doorgetrokken streep wordt overschreden met het doel de vluchtstrook te gebruiken waarvoor deze is bedoeld en dat de door de ambtenaar geconstateerde situatie daar niet op ziet, is onbegrijpelijk voor de gemachtigde. Als de wetgever andere doelen voor ogen had, dan had zij dit duidelijk in dit wetsartikel dienen te verwoorden. Artikel 76, tweede lid, van het RVV 190 spreekt niet over enige noodzaak om de vluchtstrook te gebruiken. De advocaat-generaal haalt een vereiste aan dat niet in de wet genoemd is.
3. In artikel 76 van Pro het RVV 1990 is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:
“1. Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, mag niet worden overschreden. (…).
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. indien de streep wordt overschreden om een naast de gevolgde rijstrook gelegen vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten;
(…)
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Zag de personenauto twee voertuigen voor mij uitvegen over de doorgetrokken streep verplaatsen richting de vluchtstrook. Er was geen sprake van nood. Maakte gebruik van vluchtstrook om stilstaand verkeer te passeren.”
5. Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd voor overtreding van artikel 76, eerste lid, van het RVV 1990. Het hof begrijpt in het licht hiervan de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht aldus dat het voertuig de doorgetrokken streep die zich niet langs de rijbaanverharding bevindt heeft overschreden om een naast de gevolgde rijstrook gelegen vluchtstrook te bereiken. Daarmee doet de uitzondering van artikel 76, tweede lid, onder a, van het RVV 1990 zich hier voor en mist het eerste lid van dit artikel toepassing.
6. Dat er geen sprake was van een noodgeval maakt het voorgaande niet anders. Deze eis wordt niet gesteld in artikel 76, tweede lid, van het RVV 1990. De overweging van de kantonrechter dat de wetgever (het hof begrijpt: de regelgever) alleen kan hebben gedoeld op de situatie dat de doorgetrokken streep wordt overschreden met het doel de vluchtstrook te gebruiken waarvoor deze is bedoeld volgt het hof niet. De eis dat alleen in noodgevallen gebruik mag worden gemaakt van de vluchtstrook geldt wel, maar volgt uit artikel 43, derde lid, van het RVV 1990 waarin is bepaald dat behoudens in noodgevallen het weggebruikers verboden is op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm. Overtreding van dit artikel betreft een andere gedraging, namelijk ‘behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg over de vluchtstrook of vluchthaven rijden’ (feitcode R 465 a). Dit betreft geen gedraging die valt onder de werking van de Wahv.
7. Nu artikel 76, eerste lid, van de RVV 1990 toepassing mist, kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven.
Het hof zal beslissen als hierna vermeld. De overige bezwaren van de gemachtigde behoeven gelet hierop geen bespreking meer.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en een nadere toelichting dienen in totaal 2,5 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 667,50.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 667,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.