ECLI:NL:GHARL:2021:7297
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs opzet wederrechtelijke toe-eigening en joyriding personenauto
Verdachte werd beschuldigd van diefstal en joyriding van een Renault Clio in de nacht van 2 op 3 juni 2019 te [plaats2]. De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk toe-eigenen van de auto met behulp van een valse sleutel en het opzettelijk gebruiken van de auto zonder toestemming van de eigenaar.
Tijdens de terechtzitting is vastgesteld dat verdachte de auto weliswaar heeft meegenomen, maar het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs is voor het vereiste oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Diverse omstandigheden, zoals het gebruik van een FAAC-zendertje dat ook toegang gaf tot zijn woning en het feit dat zijn eigen auto vlakbij stond, wezen erop dat verdachte mogelijk onbedoeld met de verkeerde auto reed.
Ook het feit dat verdachte de auto zichtbaar voor het casino parkeerde en openheid gaf tijdens het politieverhoor, versterkten het gebrek aan bewijs voor opzet. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de auto opzettelijk wederrechtelijk heeft gebruikt.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder de diefstal, poging daartoe en joyriding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzet tot wederrechtelijke toe-eigening en joyriding.