Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Noord-Nederland bepaalde op 29 september 2020 dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader is, een beslissing waartegen de moeder in hoger beroep ging. Het hof heeft op 29 juli 2021 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
Het kind bevindt zich in een moeilijke thuissituatie met langdurige conflicten tussen de ouders, die nauwelijks communiceren en het kind belasten met spanningen. Diverse instanties, waaronder de gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming, maken zich ernstige zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.
De moeder toont onvoldoende inzicht in haar gedragsimpact en belemmert hulpverlening, terwijl de vader goed samenwerkt met hulpverleners en het belang van het kind vooropstelt. Het hof acht het daarom in het belang van het kind dat het hoofdverblijf bij de vader blijft, zodat het kind vanuit een stabiele omgeving het lopende hulpverleningstraject kan volgen.
Het hof benadrukt het belang van emotionele toestemming tussen ouders en adviseert de moeder hulpverlening te zoeken om haar rol en de loyaliteitsproblematiek beter te begrijpen. Het kind wordt erkend in zijn wens om bij de moeder te wonen, maar het belang van rust en continuïteit prevaleert.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarmee de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader blijft en het verzoek van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beslissing dat het hoofdverblijf van het kind bij de vader blijft vanwege ernstige zorgen over de opvoeding bij de moeder.