ECLI:NL:GHARL:2021:7521
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken bezwaren tegen vonnis politierechter
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 11 april 2018. Tijdens de terechtzitting van 15 juli 2021 heeft het gerechtshof het dossier en de vordering van de advocaat-generaal bestudeerd. De advocaat-generaal verzocht het hof om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het gerechtshof constateerde dat de verdachte geen bezwaren had opgegeven tegen het vonnis van de politierechter en dat het hof zelf ook geen redenen zag die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maakten. Daarom besloot het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te Leeuwarden op 29 juli 2021. De raadsheren Foppen en Bosma waren niet in staat het arrest te ondertekenen. Hiermee is het hoger beroep formeel beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van bezwaren tegen het vonnis.