ECLI:NL:GHARL:2021:7619
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij wapenhandel en hennepteelt
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 10 augustus 2021 het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland van 19 februari 2019, waarin verdachte werd veroordeeld voor wapenhandel en hennepteelt. De rechtbank had een ontnemingsvordering toegewezen tot een bedrag van €22.230,-, wat het hof heeft bevestigd.
Tijdens de procedure in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat er een overschrijding van de redelijke termijn heeft plaatsgevonden van vijf maanden sinds het instellen van het hoger beroep op 5 maart 2019. Deze vertraging werd mede veroorzaakt door de landelijke Covid-19 maatregelen die het plannen van getuigenverhoren bemoeilijkten. Het hof achtte deze omstandigheden bijzonder en onvoorzienbaar, waardoor de overschrijding niet geheel ten nadele van verdachte mocht worden gerekend.
Voorts heeft het hof de beslissing van de rechtbank aangevuld met de bepaling van de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op grond van artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, vastgesteld op 444 dagen. Hiermee is voldaan aan de gewijzigde wettelijke voorschriften die na de uitspraak van de rechtbank zijn ingevoerd.
Het hof heeft de beslissing van de rechtbank bevestigd en de gronden aangevuld zoals hierboven vermeld. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de raadsheren en griffier tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Bevestiging ontnemingsvordering van €22.230,- met bepaling van maximale gijzelingstermijn van 444 dagen.