Partijen zijn gescheiden ouders van drie kinderen, waarvan één minderjarig. De man is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag op de vrouw, mishandeling van hulpverleners en vernieling. De rechtbank heeft het gezamenlijk gezag over de minderjarige beëindigd, de man omgangsrecht ontzegd en de informatieplicht van de vrouw jegens de man buiten toepassing gesteld.
In hoger beroep verzoekt de man het gezag en omgangsrecht te herstellen, maar het hof bekrachtigt de bestreden beschikking. Het hof benadrukt het belang van het kind en de verzorgende ouder, wijst op het ernstige geweld en de blijvende psychische schade bij de vrouw, en verwijst naar het Verdrag van Istanbul dat bescherming tegen huiselijk geweld vereist.
Het hof oordeelt dat gezamenlijk gezag niet verenigbaar is met de veiligheid van moeder en kind, mede gezien het contactverbod en de ongeschiktheid van de man. Ook ontzegt het hof de omgangsrecht vanwege de ernst van het geweld, met de mogelijkheid tot heroverweging bij gewijzigde omstandigheden. De informatie- en consultatieplicht blijft buiten toepassing.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het verzoek van de man afgewezen.