Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 12 augustus 2021 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de verlenging van de terbeschikkingstelling opgelegd door de rechtbank Den Haag. De terbeschikkinggestelde was sinds 28 januari 2011 onder deze maatregel geplaatst vanwege een ernstige stoornis die mede heeft bijgedragen aan het plegen van een ernstig delict. De rechtbank had de maatregel met één jaar verlengd.
In het hoger beroep heeft het hof, naast de stukken die de rechtbank gebruikte, ook een update van het verlengingsadvies van de reclassering en een verklaring van een deskundige ter zitting betrokken. De reclassering adviseerde onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel omdat het recidiverisico als laag werd ingeschat en de resocialisatie binnen de maatregel niet langer noodzakelijk werd geacht. De terbeschikkinggestelde toont zich gemotiveerd voor voortzetting van behandeling en medicatie.
De advocaat-generaal onderschreef dit standpunt en stelde dat de veiligheid van de samenleving geen verlenging meer vereist. Het hof concludeert dat de terbeschikkinggestelde voldoende vooruitgang heeft geboekt, het recidiverisico is teruggebracht tot een verantwoord niveau en dat de behandeling en begeleiding buiten de maatregel kunnen worden voortgezet. Daarom vernietigt het hof de beslissing van de rechtbank en wijst de vordering tot verlenging af, waarmee de terbeschikkingstelling eindigt.