ECLI:NL:GHARL:2021:7832

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 augustus 2021
Publicatiedatum
16 augustus 2021
Zaaknummer
Wahv 200.276.568/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking parkeren op klinkerbestrating haaks op rijbaan

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor parkeren in een parkeerverbodszone op 7 maart 2019 op de Marskant in Hengelo. De kantonrechter wijzigde de feitcode naar parkeren op het trottoir, omdat onvoldoende bewijs was voor bebording van een parkeerverbodszone. De betrokkene betwistte dit en stelde dat de situatie ter plaatse misleidend is, omdat het niet duidelijk is dat parkeren verboden is.

De advocaat-generaal voerde aan dat de wijziging van de feitcode terecht was en ondersteunde dit met foto’s en Google Maps-beelden. Het hof stelde vast dat het voertuig geparkeerd stond op een met klinkers bestraat weggedeelte haaks op de rijbaan, dat duidelijk afwijkt van het trottoir en dus niet als zodanig kan worden aangemerkt.

Hierdoor is artikel 10, eerste lid, RVV 1990 niet overtreden, omdat parkeren op dit weggedeelte niet verboden is. Het hof oordeelt dat de kantonrechter ten onrechte de feitcode wijzigde en vernietigt zowel de beslissing van de kantonrechter als de sanctiebeschikking van de officier van justitie. De zekerheid die door de betrokkene is gesteld wordt gerestitueerd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor parkeren op de klinkerbestrating is vernietigd omdat dit weggedeelte geen trottoir is en parkeren daar niet verboden is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.276.568/01
CJIB-nummer
: 224142238
Uitspraak d.d.
: 16 augustus 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 6 februari 2020, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

wonende te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is [naam1] , wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de feitcode en omschrijving van de gedraging gewijzigd.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)(feitcode R584)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 maart 2019 om 20:28 uur op de Marskant in Hengelo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft geoordeeld dat onvoldoende is gebleken van aanwezige bebording die een parkeerverbodszone aanduidt. Vervolgens heeft de kantonrechter de feitcode en omschrijving van de gedraging gewijzigd in R315b: “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken door stil te staan op het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad”.
3. Namens de betrokkene wordt de gedraging betwist. De gemachtigde voert aan dat de beslissing van de kantonrechter tot wijziging van de feitcode, zodat er sprake is van het parkeren op de stoep, des te meer duidelijk maakt dat er ter plaatse sprake is van een misleidende en verwarrende situatie. Op grond van de feitelijke situatie is niet duidelijk dat er op dit stuk grond niet mag worden geparkeerd en dat is volgens de gemachtigde ook de reden dat er voortdurend auto’s op die plek geparkeerd staan. Ter onderbouwing van die laatste omstandigheid heeft de gemachtigde foto’s bijgevoegd waarop te zien is dat op meerdere dagen voertuigen ter plaatse staan.
4. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de kantonrechter juist heeft geoordeeld door het wijzigen van de feitcode en heeft daartoe foto’s van de gedraging bij het verweerschrift gevoegd. Daarnaast heeft de advocaat-generaal via Google Maps verkregen foto’s van de situatie ter plaatse ingebracht.
5. De onderhavige gedraging, na wijziging van de feitcode door de kantonrechter, betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
6. Artikel 10, eerste lid, RVV 1990:
1. Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 gebruiken de rijbaan. Deze
bestuurders en voetgangers die een aanhangwagen voortbewegen die kennelijk bestemd is om
door een motorvoertuig te worden voortbewogen, mogen voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
7. Op grond van de verschillende door de advocaat-generaal overgelegde afbeeldingen stelt het hof vast dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een met klinkers bestraat weggedeelte, haaks gelegen op de rijbaan en een duidelijke onderbreking vormend op het aldaar aanwezige trottoir. Het betreffende weggedeelte kan dan ook niet worden aangemerkt als trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of ruiterpad. Dit betekent dat artikel 10, eerste lid, RVV zich niet verzet tegen ter plaatse parkeren van een voertuig.
8. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter ten onrechte de feitcode heeft gewijzigd. De kantonrechter, die heeft geoordeeld dat onvoldoende is gebleken van aanwezige bebording die een parkeerverbodszone aanduidt, had de inleidende beschikking dienen te vernietigen
9. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.