ECLI:NL:GHARL:2021:7884

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 augustus 2021
Publicatiedatum
17 augustus 2021
Zaaknummer
Wahv 200.276.571
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor door rood rijden ondanks technisch probleem verkeerslicht

De betrokkene werd beboet voor het rijden door rood licht op een kruising in Hoofddorp. Hij voerde aan dat de detectielus van het verkeerslicht niet goed werkte voor zijn motorscooter, waardoor hij onterecht moest wachten op groen. De provincie bevestigde later dat de detectielussen niet goed waren afgesteld voor motoren.

De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, waarbij werd gewezen op de snelheid van 57 km/u en de mogelijkheid een andere route te kiezen. Het hof stelde vast dat de betrokkene de overtreding niet betwistte, maar onderzocht of de sanctie gematigd kon worden vanwege de technische problemen.

Foto's toonden dat het verkeerslicht 0,3 seconden rood was toen de betrokkene de stopstreep naderde en 1,2 seconden later het rode licht passeerde, terwijl het donker was en er veel tegemoetkomend verkeer was. Het hof oordeelde dat de omstandigheden niet voldeden aan de vereisten om de sanctie te matigen, omdat het rijden door rood op die wijze gevaar en hinder voor anderen opleverde.

Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het beroep van de betrokkene af.

Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van € 240,- voor het rijden door rood licht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.276.571/01
CJIB-nummer
: 224824442
Uitspraak d.d.
: 17 augustus 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 25 februari 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats ] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd
van € 240,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 april 2019 om 20:42 uur op de N201 Kruisweg - kruising Leenderbos - in Hoofddorp met het voertuig met kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene geeft aan dat hij bewust door rood licht is gereden met zijn motorscooter, maar dat hij daar een reden voor had. De signalering van de regelautomaat van de verkeerslichtinstallatie door de detectielussen die ter plaatse in het wegdek zijn verwerkt functioneert op de betreffende kruising - zo begrijpt het hof de betrokkene - niet goed. De lus die er voor zorgdraagt dat er een signaal naar de regelautomaat wordt verzonden om aan te geven dat er verkeer voor rood licht staat te wachten is niet goed afgesteld. De aanwezige lus reageert alleen op auto’s en niet op de motorscooter van de betrokkene. Dat laatste betekent dat de betrokkene op deze kruising moet wachten tot er een auto de lus detecteert alvorens hij op enig moment groen licht krijgt. Een en ander blijkt ook uit een brief van de provincie Noord-Holland van 18 juni 2019, aldus de betrokkene. In deze brief wordt aangegeven dat naar aanleiding van onderzoek is gebleken dat de lussen die het verkeer op de N201 detecteren niet goed waren afgesteld op de detectie van motoren en dat vanuit de provincie actie zal worden ondernomen om deze gevoeliger af te stellen. De kantonrechter heeft er ten onrechte op gewezen dat de boete terecht is opgelegd omdat hij de kruising met 57 km/u is gepasseerd. Het is een grote kruising die je niet stapvoets oversteekt, aldus de betrokkene. Daarnaast stelt de kantonrechter dat hij een andere route had kunnen kiezen, maar hij heeft die dag in verband met de harde wind juist voor deze veiligere route gekozen. Tot slot wijst de betrokkene er op hij door de handelwijze van de kantonrechter ter zitting alle vertrouwen in de rechtspraak heeft verloren.
3. Het hof stelt voorop dat in de onderhavige procedure slechts ter beoordeling voorligt of er een juiste beslissing is genomen op het beroep. Aan de klacht van de betrokkene over de bejegening op de zitting van de kantonrechter gaat het hof dan ook voorbij.
4. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de gemachtigde de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
5. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
6. Tot het dossier behoren twee foto’s die van de gedraging zijn gemaakt. Op de eerste foto is te zien dat de motorscooter van de betrokkene ter plaatse rijdt en dat het voor hem geldende verkeerslicht rood licht uitstraalt. Het voorwiel van het voertuig van de betrokkene bevindt zich ter hoogte van de stopstreep. Het verkeerslicht staat op dat moment 0,3 seconden op rood. Op de tweede foto, die 1,2 seconden later is genomen, is te zien dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd en zich nog juist voor het kruisingsvlak voor het tegemoetkomende verkeer bevindt. Op beide foto’s is daarnaast te zien dat het donker is, dat de betrokkene zich op een ruime autolengte achter een voor hem rijdende auto bevindt, dat hij reed met een snelheid van 57 km/u en dat zich op elk van de vier rijstroken voor tegemoetkomend verkeer tenminste één auto bevindt.
7. Het hof stelt vast dat hetgeen, zoals hier weergegeven, op basis van deze foto’s kan worden waargenomen niet aansluit bij de door de betrokkene beschreven omstandigheden waaronder de gedraging door hem is begaan. Nog daargelaten of er onder de door de betrokkene geschetste omstandigheden, zoals door de wegbeheerder kennelijk bevestigd, een situatie denkbaar is die maakt dat bij het negeren van het betreffende rood licht een sanctie achterwege dient te blijven of het bedrag van de sanctie gematigd dient te worden, die omstandigheden veronderstellen tenminste een situatie dat er goed zicht is op het op de kruising aanwezige verkeer en dat het kruisingsvlak met de nodige voorzichtigheid wordt overgestoken op een moment dat tegemoetkomend en voor het verkeerslicht wachtend verkeer op geen enkele wijze kan worden gehinderd. Aan die omstandigheden is in dit geval geenszins voldaan. Het was donker, de vier rijstroken voor tegemoetkomend verkeer waren bezet en de betrokkene reed met een snelheid van 57 km/u de kruising over op een moment waarop redelijkerwijs te verwachten was dat het tegemoetkomend verkeer groen licht kreeg. Naar het oordeel van het hof is aldus niet gebleken van redenen om een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Het verweer faalt.
8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.