ECLI:NL:GHARL:2021:8045
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen zekerheid volgens Wahv
Betrokkene stelde beroep in tegen beslissingen van de kantonrechter die haar beroepen niet-ontvankelijk verklaarden wegens het niet stellen van zekerheid voor betaling van sancties en administratiekosten zoals vereist door artikel 11 van Pro de Wahv.
Het hof overwoog dat de officier van justitie betrokkene op juiste wijze had geïnformeerd over de verplichting tot zekerheidstelling via brieven van 4 en 21 maart 2021, die voldeden aan de wettelijke eisen. Het feit dat de brieven niet ondertekend waren of dat de bezorging enkele dagen later plaatsvond, deed hieraan niet af.
De betrokkene voerde klachten aan over de behandeling van haar klachten door de kantonrechter en de adressering van uitspraken, maar het hof oordeelde dat deze klachten niet tot een ander oordeel leiden. Ook het argument dat zekerheid niet nodig zou zijn zolang de officier van justitie het beroep nog zou heroverwegen, werd verworpen omdat de wettelijke regeling vereist dat zekerheid wordt gesteld voordat het beroep aan de kantonrechter wordt voorgelegd.
Het hof concludeerde dat het uitblijven van zekerheid niet verschoonbaar was en bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de kantonrechter.
Uitkomst: De beroepen van betrokkene werden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet stellen van zekerheid, en deze beslissing werd bevestigd door het gerechtshof.