Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2021:8062

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 augustus 2021
Publicatiedatum
23 augustus 2021
Zaaknummer
PIJ P21/0182
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging PIJ-maatregel met twaalf maanden wegens onrustige verlofbewegingen jeugdige

De zaak betreft het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant tot verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) met twaalf maanden. Het hof heeft de stukken bestudeerd, waaronder een aanvullende rapportage van de inrichting en een perspectiefplan, en heeft de jeugdige, zijn raadsman en de advocaat-generaal gehoord.

De raadsman pleitte voor een verlenging van negen maanden, omdat het scholings- en trainingsprogramma door vertragingen door corona en overplaatsing later zou starten. De jeugdige toont positieve ontwikkelingen zoals openheid, werk en coöperatief gedrag, maar er zijn onduidelijkheden rondom verlofbewegingen en terugkeer naar de inrichting. Het openbaar ministerie erkent de positieve ontwikkelingen, maar wijst op onrustige verlofbewegingen en een geweldsincident binnen de inrichting.

Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft besloten tot verlenging met twaalf maanden. De aanvullende rapportage toont dat de jeugdige regelmatig te laat terugkeert van verlof en dat er twijfels zijn over zijn afspraakbetrouwbaarheid. De inrichting heeft daarom de jeugdige laten overstappen naar een baan met vaste eindtijd. De deskundige verklaarde dat het scholingsprogramma zes maanden duurt en dat bij een verlenging van slechts negen maanden onvoldoende tijd resteert voor een zinvolle invulling.

Het hof bevestigt daarom de verlenging van twaalf maanden, met aanvulling van gronden, en benadrukt het belang van een volledige duur van het scholings- en trainingsprogramma voor de resocialisatie van de jeugdige.

Uitkomst: Het hof bevestigt de verlenging van de PIJ-maatregel met twaalf maanden.

Uitspraak

PIJ P21/0182
Beslissing d.d. 19 augustus 2021
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam jeugdige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
verblijvende in [de inrichting] .
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’sHertogenbosch, van 26 april 2021, houdende verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de (PIJ-)maatregel) met een termijn van twaalf maanden.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
 het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
 de beslissing waarvan beroep;
 de akte van het instellen van hoger beroep op 6 mei 2021;
 de aanvullende rapportage van de inrichting van 23 juli 2021;
 het negende perspectiefplan, dat dateert van 27 juli 2021.
Het hof heeft ter zitting van 5 augustus 2021 gehoord de jeugdige, bijgestaan door zijn raadsman, mr. O. Bolluyt, advocaat te Almere, en de advocaat-generaal, mr. V. Smink. Ook is L. Franck, die als behandelcoördinator is verbonden aan de inrichting, gehoord als deskundige.

Overwegingen

Het standpunt van de jeugdige en zijn raadsman
De raadsman heeft bepleit dat het hof de duur van de verlenging van de maatregel zal beperken tot negen maanden. Zijn programma heeft vertraging opgelopen door coronaperikelen. Daarnaast speelt mee dat hij uit het niets in verband met capaciteitsproblemen vanuit [plaats 1] werd overgeplaatst naar [plaats 2] . Hoewel hem gegarandeerd is dat dit niet zou leiden tot vertraging van zijn traject, zal dit wel gebeuren als de maatregel wordt verlengd met twaalf maanden, zoals gevorderd door het openbaar ministerie. Verlenging van de maatregel met negen maanden is ook passend gelet op de ontwikkeling die de jeugdige heeft doorgemaakt. Hij is open, heeft een baan en is coöperatief en vrolijk. Er zijn wel wat onduidelijkheden rondom zijn verlofbewegingen en het terugkeren naar de inrichting na afloop van een werkdag, maar er zijn geen concrete aanwijzingen dat hij zich opnieuw heeft ingelaten met criminaliteit.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De jeugdige werkt goed mee aan het behandelings- en resocialisatietraject, en de meeste recente ontwikkelingen zijn positief. Zo is zijn werkgever tevreden over hem. Wel zijn er onduidelijkheden in verband met zijn verlofbewegingen. Ook is de jeugdige binnen de inrichting betrokken geweest bij een geweldsincident. Daarbij heeft hij na afloop wel zijn verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag en een herstelgesprek gevoerd, dus dat is wel positief. De jeugdige lijkt toe te werken naar de afronding van het traject, maar dat zal nog meer tijd vergen dan de negen maanden die de jeugdige en zijn raadsman voor ogen hebben. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing waarvan beroep.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op de juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd. Ter aanvulling van die gronden overweegt het hof het volgende.
De aanvullende rapportage van de inrichting van 23 juli 2021 houdt in dat het de laatste weken in toenemende mate onrustig is geweest rondom de verlofbewegingen van de jeugdige. De terugkeer naar de inrichting verloopt in toenemende mate rommelig; telkens lijkt er iets te zijn waardoor de jeugdige te laat terugkeert van verlof. Daarnaast is hij op 21 juni 2021 niet op zijn werk geweest, terwijl hij had aangegeven van wel en had gebeld dat hij moest overwerken. Hoewel er geen duidelijke signalen zijn dat de jeugdige zich bezighoudt met risicovol gedrag, roept dit wel vragen op en heeft dit geleid tot twijfels over zijn afspraakbetrouwbaarheid. Een en ander heeft ertoe geleid dat de jeugdige op initiatief van de inrichting is overgestapt naar een baan met een vaste eindtijd, waardoor het beter controleerbaar is of hij gemaakte afspraken nakomt.
Verder heeft de deskundige ter zitting verklaard dat de jeugdige waarschijnlijk in oktober of november 2021 kan starten met deelname aan een scholings- en trainingsprogramma. Het is van belang dat dit programma zes maanden duurt. In het geval van een verlenging van de maatregel met negen maanden zullen er slechts drie maanden resteren voor het scholings- en trainingsprogramma, waarmee een zinvolle invulling van dat programma niet goed realiseerbaar is.

Beslissing

Het hof bevestigt met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 26 april 2021 met betrekking tot de jeugdige, [naam jeugdige] .
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. W.A. Holland, raadsheren,
dr. I. Troost en drs. D.M.L. Versteijnen, raden,
in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,
en op 19 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken.
De voorzitter, mr. Holland en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.