ECLI:NL:GHARL:2021:8194
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep en constateerde dat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na de einduitspraak was ingesteld.
De dagvaarding voor de eerste zaak werd op 14 januari 2019 uitgereikt en ingetrokken op 15 januari 2019, waarna een nieuwe dagvaarding volgde op 15 februari 2019. Voor de tweede zaak werd de dagvaarding eveneens op 15 februari 2019 uitgereikt. De uiterste dag voor het instellen van het hoger beroep was 16 mei 2019, maar het hoger beroep werd pas op 10 juli 2020 ingesteld, ruim na deze termijn.
Omdat geen verontschuldigbare reden voor deze termijnoverschrijding was aangevoerd, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest werd op 20 augustus 2021 uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet tijdig instellen.