ECLI:NL:GHARL:2021:8200
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie voor rijden zonder werkende richtingaanwijzer
Betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd wegens het rijden met een voertuig zonder goed werkende richtingaanwijzer op 18 september 2018. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, maar betrokkene ging in hoger beroep.
De gemachtigde voerde aan dat de gedraging niet kon worden vastgesteld omdat niet was bewezen dat betrokkene daadwerkelijk reed terwijl de richtingaanwijzer defect was. Het hof oordeelde dat de wet vereist dat rijden met een defecte richtingaanwijzer bewezen moet worden om een sanctie op te leggen.
De ambtenaar constateerde wel een defecte richtingaanwijzer aan de aanhanger, maar gaf geen bewijs dat dit defect aanwezig was tijdens het rijden. Betrokkene overhandigde een factuur van een onderhoudsbeurt kort voor het incident, waaruit bleek dat de verlichting toen in orde was.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctie van de officier van justitie. Tevens werd bepaald dat het betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd en dat de advocaat-generaal de proceskosten van €935 moet vergoeden.
Uitkomst: De sanctie voor rijden zonder werkende richtingaanwijzer wordt vernietigd wegens ontbreken van bewijs dat betrokkene daadwerkelijk reed met een defecte richtingaanwijzer.