Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
de raad voor de kinderbescherming(de raad),
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een brief namens [verzoekster] van 26 juli 2021;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van verzoekster tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging gesloten jeugdhulp verleende tot 8 december 2021. Verzoekster verbleef op een gesloten afdeling vanwege ernstige gedragsproblemen en liep meerdere keren weg, wat aanleiding gaf tot spoedmachtigingen en gesloten plaatsingen.
Verzoekster betoogde dat de gesloten plaatsing averechts werkt en dat zij vanuit een open setting behandeld wil worden. Zij verzocht de machtiging slechts veertien dagen na de uitspraak door te laten lopen om de voogd de mogelijkheid te geven een voorwaardelijke machtiging te vragen. Het hof overwoog dat er voldoende gronden zijn voor gesloten jeugdhulp vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling belemmeren.
Het hof achtte de gevraagde termijn te kort om tot een open plaatsing toe te werken, maar vond het wel passend om de machtiging te beperken tot 1 oktober 2021. Dit geeft voldoende tijd om te starten met behandeling en te onderzoeken welke therapie nodig is, en om toe te werken naar een open setting met een voorwaardelijke machtiging. Het verzoek van de voogd om de machtiging te verlengen tot december werd afgewezen.
De beschikking van de kinderrechter werd voor het deel tot 1 oktober 2021 bekrachtigd en voor het overige vernietigd. Het hof gaf daarmee een nieuwe beschikking af die het verzoek van de voogd tot verlenging afwijst.
Uitkomst: De machtiging gesloten jeugdhulp wordt beperkt tot 1 oktober 2021, waarna een open plaatsing met voorwaardelijke machtiging kan worden nagestreefd.