Partijen zijn in 2018 gehuwd onder de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen. De vrouw verzocht in 2019 om echtscheiding met nevenvoorzieningen, waarna de rechtbank in oktober 2020 de echtscheiding uitsprak en partneralimentatie en verdeling van de gemeenschap vaststelde.
In hoger beroep betwist de man de behoefte van de vrouw, zijn draagkracht en de verdeling van de verkoopopbrengst van de woning, waarbij hij een schenking met uitsluitingsclausule aanvoert. De vrouw voert verweer en komt met een incidenteel hoger beroep over de toedeling van een Nissan en de afgifte van persoonlijke spullen van hun overleden zoon.
Het hof handhaaft de hofnorm voor de behoeftebepaling en verwerpt de draagkrachtargumenten van de man wegens gebrek aan bewijs. De schenking wordt niet erkend vanwege twijfel over authenticiteit en gebrek aan bewijs. De toedeling van de Nissan blijft ongewijzigd. Het aanvullende verzoek van de vrouw tot afgifte van persoonlijke eigendommen wordt toegewezen met een dwangsom.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd, de proceskosten worden gecompenseerd en het hof bepaalt dat de man binnen drie dagen na betekening de spullen van de zoon aan de vrouw moet overdragen, met een maximale dwangsom van €10.000.