Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift tevens houdende een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv Pro met producties, ingekomen op 14 januari 2021;
- het verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep en aanvulling eis met productie 1 en 2;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep, met bijlagen;
- twee emailberichten van mr. Otten van 15 juli 2021 met – respectievelijk – productie A en de reactie op het verzoek van het hof aan mr. Türkkol om ontbrekende stukken bij het beroepsschrift alsnog in te dienen, en
- twee emailberichten van mr. Türkkol van 15 juli 2021 met – respectievelijk - de gevraagde ontbrekende stukken en de reactie op het email-bericht van mr. Otten.
3.De feiten
- beslist dat de man het recht heeft om in de echtelijke woning te blijven wonen en de tot de inboedel daarvan behorende zaken te blijven gebruiken tot twee maanden na de inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;
- beslist dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand een bedrag van € 1.813,- bruto per maand moet betalen aan de vrouw als bijdrage in haar kosten van haar levensonderhoud (verder: partneralimentatie), en
- de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap gelast.