ECLI:NL:GHARL:2021:8398
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie bij ontbreken bromfietspad en bevoegdheid BOA
De betrokkene is in hoger beroep gekomen tegen een sanctie opgelegd op grond van artikel 5 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het rijden op de rijbaan als snorfietser bij het ontbreken van een verplicht bromfietspad. De sanctie was opgelegd aan de kentekenhouder, terwijl de bestuurder staande was gehouden.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de ambtenaar die de sanctie oplegde niet bevoegd was, omdat twijfel zou bestaan over het mandaat van de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). Het hof oordeelde dat deze twijfel niet gegrond was, mede omdat het proces-verbaal van beëdiging geen aanwijzing gaf voor het ontbreken van bevoegdheid.
Daarnaast stelde de gemachtigde dat ten onrechte een sanctie aan de kentekenhouder was opgelegd in plaats van aan de bestuurder, omdat de ambtenaar niet had aangegeven waarom van staandehouding was afgezien. Uit een aanvullend proces-verbaal bleek echter dat de bestuurder wel degelijk was staande gehouden, maar dat door een storing in de handterminal de sanctie aan de kentekenhouder was opgelegd.
Omdat de betrokkene tevens kentekenhouder was, leidde dit niet tot schending van de verdedigingsrechten. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter wegens onvoldoende oproeping, maar verklaarde het hoger beroep tegen de sanctie ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de opgelegde sanctie wordt ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter vernietigd.