Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee kinderen, geboren in 2014 en 2015. De kinderen zijn sinds juni 2020 uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over mishandeling en onveilige thuissituatie. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit over deze kinderen, terwijl het gezag over een derde kind is beëindigd.
De moeder betoogt dat de uithuisplaatsing onrechtmatig is en dat onvoldoende rekening is gehouden met de culturele achtergrond. Het hof oordeelt dat de plaatsing in het pleeggezin waar de kinderen al vrijwillig verbleven verantwoord is en geen schending van het Kinderrechtenverdrag oplevert. De verlenging van de machtiging voor de periode van 4 maart tot 4 juni 2021 wordt als terecht beoordeeld, omdat de ernstige zorgen niet waren verminderd en noodzakelijke onderzoeken nog niet waren afgerond.
Het hof constateert positieve ontwikkelingen, waaronder psychiatrisch onderzoek waaruit blijkt dat de moeder geen manifeste psychopathologie vertoont, en een gezinsbehandeling waarin ouders adequaat handelen. Toch zijn nog stappen nodig voor terugplaatsing, zoals verbetering van de samenwerking tussen ouders en pleegouders en behandeling van de kinderen. Het perspectief van terugplaatsing staat nog open en moet zorgvuldig worden onderzocht. De beschikking van de kinderrechter wordt daarom bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wordt bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.