ECLI:NL:GHARL:2021:8461
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie voor verkeersovertreding ondanks betwisting diefstal scooter
De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het rijden op de rijbaan terwijl een verplicht fietspad ontbrak. De overtreding vond plaats op 25 augustus 2019 om 06:07 uur in Amsterdam. De betrokkene voerde aan dat de scooter kort voor de overtreding was gestolen en dat hij daarom niet aansprakelijk kon worden gesteld. De aangifte van diefstal werd echter pas een week later gedaan, na ontvangst van de sanctiebeschikking.
Het hof oordeelde dat de betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het voertuig tegen zijn wil door een ander was gebruikt. De late aangifte deed afbreuk aan de geloofwaardigheid van het verweer. Hoewel de inleidende beschikking niet verwees naar artikel 8 van Pro de Wahv, achtte het hof dit niet schadelijk voor de belangen van de betrokkene omdat dit artikel al in het administratief beroep was aangevoerd.
De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het hof bevestigde deze beslissing, wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en handhaafde de sanctie. Hiermee blijft de betrokkene aansprakelijk voor de overtreding ondanks de betwisting van de diefstal.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95 en wijst het beroep van de betrokkene af.