ECLI:NL:GHARL:2021:8463

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 september 2021
Publicatiedatum
7 september 2021
Zaaknummer
Wahv 200.287.380/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvWegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens door rood rijden op basis van verkeerslichtgegevens

De betrokkene werd beboet voor het negeren van een rood verkeerslicht op 7 mei 2019 op de Dr. Hub van Doorneweg in Born. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene stelde dat het verkeerslicht geel was en betwijfelde de waarneming van de ambtenaar, die geen direct zicht had op het verkeerslicht.

Het hof oordeelde dat een ambtenaar die groen licht ziet in een conflicterende rijrichting moet vaststellen dat het andere licht rood was voordat een sanctie kan worden opgelegd. Dit moest worden onderbouwd met technische gegevens of een ter plaatse controle. De ambtenaar leverde een fasediagram en aanvullende verklaringen waaruit bleek dat het verkeerslicht voor de betrokkene rood was toen hij de kruising passeerde.

De betrokkene voerde aan dat de tijdstippen in het dossier niet overeenkwamen en dat de ambtenaar zich na bijna twee jaar niet exact kon herinneren welk licht voor wie gold. Het hof vond deze argumenten onvoldoende om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden, en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor door rood rijden op basis van technische gegevens van de verkeerslichtinstallatie.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.287.380/01
CJIB-nummer
: 225452261
Uitspraak d.d.
: 7 september 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 3 december 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
Op 25 april 2021 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene binnengekomen.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 augustus 2021. De gemachtigde van de betrokkene is zonder bericht van verhindering niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door
mr. [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 mei 2019 om 22:03 uur op de Dr. Hub van Doorneweg in Born met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De officier van justitie heeft het tijdstip van de gedraging gewijzigd in 20:44 uur.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de overweging van de kantonrechter
‘… blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat het verkeerslicht (…) geel dan wel rood licht uitstraalde (…)’ niet diens vaststelling dat de gedraging is verricht kan dragen. Verder voert de gemachtigde aan dat de ambtenaar geen zicht had op het verkeerslicht, terwijl uit de stukken niet blijkt dat de ambtenaar (binnen bekwame tijd) onderzoek heeft gedaan naar de werking van de verkeerslichten. Daar komt bij dat de betrokkene van meet af aan heeft verklaard dat het voor hem bestemde verkeerslicht geel licht uitstraalde. De inleidende beschikking had ook niet in stand mogen blijven, omdat de ambtenaar geen aanvullende informatie heeft verstrekt, terwijl het openbaar ministerie zelf oordeelt dat een aanvullende verklaring nodig is. Verder voert de gemachtigde aan dat het tijdstip van de gedraging volstrekt out of the blue is gewijzigd. De gemachtigde vindt het verder ongeloofwaardig dat de ambtenaar zich bijna twee jaar na de gedraging nog exact herinnert welk verkeerslicht voor hem en welk verkeerslicht voor de betrokkene bestemd was. De tijdstippen in de fasediagram (20:39 uur,) waarmee de ambtenaar klaarblijkelijk wil aangeven welk voertuig van de betrokkene is geweest en welk voertuig van de ambtenaar was, komen niet overeen met de pleegtijd, of dat zou 22:03 uur of 20:44 uur was. Al deze discrepanties staan tegenover de van meet af aan door de betrokkene ingenomen stelling dat diens verkeerslicht geel licht uitstraalde. Dat door rood zou zijn gereden, is volstrekt ongeloofwaardig. De ambtenaar heeft niet gezien dat de betrokkene het verkeerslicht passeerde toen het verkeerslicht van de ambtenaar beweerdelijk drie seconden groen licht uitstraalde, maar dat dit zo was toen de ambtenaar de betrokkene de weg zag oversteken. Dit is op een heel ander punt dan waar de verkeerslichten staan. De ambtenaar heeft gezocht naar bewijs om zijn waarneming te kunnen bevestigen. Dat het voertuig op de fasediagram dat van de betrokkene was, blijkt uit niets. Boven de foto van het rijbewijs en het kenteken is 2-7-2019 vermeld. Dat is niet de datum van de vermeende gedraging.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het verkeerslicht dat geplaatst was op de Langereweg in mijn richting al 3 seconden groen licht uitstraalde. Ik zag dat vanaf de Hub van Doorneweg, komende vanaf rechts, een witte VW Golf de weg overstak en linksaf sloeg de Gelders Eind in.
Verklaring betrokkene: Mijn verkeerslicht was oranje (het hof begrijpt: geel).”
5. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal van 5 augustus 2019. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende:
“De verkeerslichten geplaatst op de N297 – Gelders Eind straalde al 3 seconden groen licht uit in mijn richting. Op dat moment kwam vanaf rechts, Doctor Hub van Doorneweg, een witte Volkswagen Golf de kruising overgereden, die zijn weg vervolgde in de richting, over de Gelders Eind, van de Op de Baan.
Ik, verbalisant, ben met de dienstmotor gedraaid op het kruisend vlak, en toen ik achter de Volkswagen Golf, met het kenteken [kenteken] heb kunnen aansluiten heb ik de bestuurder op grond van de bevoegdheid uit de Wegenverkeerswet 1994 met het stoptransparant een stopteken gegeven. Hieraan heeft de bestuurder van de witte Golf voldaan.
De witte Golf was het enige voertuig dat de kruising, op het moment dat het verkeerslicht in mijn richting groen licht uitstraalde, overstak. Er reed geen voertuig achter de witte Golf. Dit kan ik zo pertinent verklaren, omdat ik anders de keus had gemaakt om dat voertuig dan een stopteken te geven.
Het pleegtijdstip is abusievelijk onjuist ingevoerd in MEOS. Op het moment dat ik, verbalisant, met behulp van mijn diensttelefoon en de MEOS app de digibon wilde invullen functioneerde de applicatie niet. Om praktische reden heb ik, verbalisant, ter plaatse een foto gemaakt van het rijbewijs en het betrokken voertuig van de verdachte. De metadata bestanden van de foto’s (voor- en achterzijde kentekenbewijs en rijbewijs en het kenteken van het voertuig) geven de volgende datum en tijdstip aan: 07-05-2019 20:44. Het tijdstip vermeld op de digibon is het tijdstip waarop ik, verbalisant, in het politiebureau te Sittard, de gegevens heb kunnen invoeren in MEOS.”
6. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 2 maart 2021. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende:
“De ter plaatse geplaatste verkeersinstallatie functioneerde ten tijde van de overtreding naar behoren. De verkeerslichteninstallatie ter plaatse is een dynamische verkeerslichtinstallatie, voorzien van tellussen, en werkt daarmee aanbod gestuurd. Het betreft tevens een installatie met conflicterende richtingen, richtingen die dan niet gelijktijdig groen of geel kunnen hebben. Ontruimingstijd/ontruimingsfase is 0 seconden.”
7. Het dossier bevat verder nog een aanvullend proces-verbaal van 23 maart 2021. Hierin wordt het volgende verklaard:
“Bij dit aanvullend proces-verbaal is bijgevoegd een fasediagram, met hierin vermeld de signaalgroepen inclusief overzicht van de bijbehorende koplussen. En twee foto’s van de betreffende verkeerslichten namelijk de 11.1 en de 2.2 en 2.1. Deze verkeerslichten en koplussen zijn geplaatst op de kruising Hub van Doorneweg – Gelders Eind – Langereweg – (N297). Op het fasediagram is door mij, verbalisant, rood omcirkeld, bij 111, het moment dat een roodlichtnegatie is geregistreerd. Er is over de koplus 11.1 gereden terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Er is door mij, verbalisant, ook een rode cirkel geplaatst op het moment dat een voertuig over de koplus 021 is gereden toen het hiervoor geplaatste verkeerslicht groen uitstraalde in die richting.” De fasediagram is bijgevoegd. Dit bevat informatie over de werking van de betreffende verkeerslichten op 7 mei 2019 om 20:39 uur.
8. Het dossier bevat nog een aanvullend proces-verbaal van 10 april 2021. Hierin verklaart de ambtenaar als volgt:
“In dit fasediagram is te zien dat 7 mei 2019 om 20:39 uur vanuit de Dr. Hub van Doorneweg (11.1) een voertuig door rood licht is gereden. Aannemelijk, gezien de tijdstip van bekeuren, was dit de betrokkene.
De kruising waar de overtreding geconstateerd is en de plek waar de betrokkene is stilgezet ligt ongeveer 1,7 kilometer van elkaar verwijderd. Op het moment van constatering heb ik, verbalisant, de motor gekeerd, het voertuig van de betrokkene achterhaald, een stopteken gegeven via het stoptransparant voorop de dienstmotor, het voertuig van de betrokkene blijven volgen totdat de betrokkene reageerde op het gegeven stopteken en zijn voertuig op een verantwoorde plek had stilgezet. De betrokkene aangesproken, rijbewijs en kentekenbewijs gevraagd, telefoon MEOS-app opgestart. Deze functioneerde niet. Foto’s genomen van het kentekenbewijs, rijbewijs en kenteken van het voertuig om op een later tijdstip de bekeuring te kunnen uitschrijven. Om 20.44 uur is de bekeuring uitgeschreven.”
9. De betrokkene ontkent door rood licht te zijn gereden. Onder verwijzing naar wat het hof heeft overwogen in zijn arrest van 13 juni 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:49410) is het hof van oordeel dat in een situatie als de onderhavige, waarin een ambtenaar groen licht waarneemt op het moment dat hij uit een conflicterende rijrichting een voertuig de kruising op ziet rijden, terwijl hij geen zicht heeft op het voor die bestuurder geldende licht, door de ambtenaar zal moeten worden vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest, alvorens een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd. De ambtenaar zal ook moeten vermelden hoe hij dat heeft vastgesteld, bijvoorbeeld door direct na de waarneming ter plaatse te controleren hoe de lichten zijn afgesteld of door te vermelden wat daarover uit de technische gegevens van de betreffende verkeersregelinstallatie blijkt.
10. Het hof is van oordeel dat op grond van bovengenoemde informatie van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd de conclusie kan worden getrokken dat op het moment waarop het voor de ambtenaar bestemde verkeerslicht op groen stond, het voor de betrokkene bestemde verkeerslicht op rood stond en dat de betrokkene, door op dat moment niet te stoppen, het rode verkeerslicht heeft genegeerd. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde aanvoert geen reden om hieraan te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
11. De gemachtigde merkt terecht op dat voor het vaststellen van de gedraging niet voldoende is dat is komen vast te staan dat het verkeerslicht geel dan wel rood licht uitstraalde, zoals de kantonrechter overweegt. Het verkeerslicht moet rood licht uitstralen op het moment waarop de betrokkene het verkeerslicht passeerde. Dit kan in het onderhavige geval worden vastgesteld zoals hiervoor is overwogen. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen met verbetering van gronden.
12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.