ECLI:NL:GHARL:2021:8493
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toetsingskader en vaststelling juridisch vaderschap en geslachtsnaamkeuze
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld over de vaststelling van het juridisch vaderschap van een overleden man en de keuze van de geslachtsnaam door de verzoeker.
De verzoeker wilde dat het hof vaststelde dat de overleden erflater zijn juridische vader is en dat hij de geslachtsnaam van zijn vader zou dragen. De andere erfgenamen, de zonen van de erflater en de moeder, verzetten zich tegen het verzoek en voerden aan dat er geen juridische noodzaak was voor vaderschapsvaststelling en dat de erflater het vaderschap niet wilde erkennen. Ook maakten zij bezwaar tegen de naamswijziging vanwege de impact op rechtszekerheid en het maatschappelijk verkeer.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 1:207 BW Pro het vaderschap gerechtelijk moet worden vastgesteld als aan de wettelijke vereisten is voldaan en dat de biologische vader de erflater is. Juridische bezwaren van de tegenpartij waren niet relevant. De familierechtelijke betrekking tussen verzoeker en erflater werd vastgesteld en de verzoeker mocht de geslachtsnaam van zijn vader aannemen.
De beslissing werd genomen op juridische gronden, waarbij emotionele bezwaren geen rol speelden. Het hof wees het overige verzoek af en bevestigde de vaderschapsvaststelling en geslachtsnaamkeuze van de verzoeker.
Uitkomst: Het hof stelde het juridisch vaderschap van de overleden erflater vast en bevestigde de keuze van de verzoeker voor de geslachtsnaam van zijn vader.