ECLI:NL:GHARL:2021:8499
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken voltooid misdrijf bij valse zorgmelding in huurgeschil
Verdachte werd beschuldigd van het plegen van strafbare dwang door het doen van een valse zorgmelding bij Veilig Thuis als pressiemiddel in een huurgeschil met de aangeefster. De melding leidde tot een onderzoek, huisbezoek en het raadplegen van referenten, waardoor de aangeefster gedwongen zou zijn geweest deze handelingen te dulden.
Tijdens het hoger beroep stelde het hof vast dat het dwanggevolg, namelijk het ondergaan van onderzoekshandelingen, pas na de tenlastegelegde periode had plaatsgevonden. De tenlastelegging betrof de periode van 16 december 2018 tot en met 15 januari 2019, waarin alleen de dreiging en het doen van de melding plaatsvonden. Omdat het dwanggevolg buiten deze periode viel, was er geen sprake van een voltooid misdrijf.
Verdachte erkende de melding te hebben gedaan zonder daadwerkelijke zorgen over het welzijn van het kind, maar ontkende dat dit dwang opleverde jegens de aangeefster. Het hof oordeelde dat de melding weliswaar maatschappelijk onbetamelijk was, maar dat het wettig en overtuigend bewijs voor dwang ontbrak.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde. De strafbeschikking werd eveneens vernietigd. Hiermee werd bevestigd dat de gedragingen van verdachte niet als strafbare dwang konden worden aangemerkt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van een voltooid misdrijf bij de valse zorgmelding.