Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op 25-11-2016 11:16 uur zegt [naam 8] dat ze het geld heeft kunnen storten en vraagt aan [verdachte] of hij een screenshot van het mandje wil maken omdat deze leeg is. [verdachte] vraagt aan haar of zij opnieuw kan inloggen op [website 2] met “ [e-mail] ” met wachtwoord “ [naam 8] ”. Hij vraagt aan [naam 8] wat het bedrag is wat zij daar heeft en zegt: “275 + 550 = 825 toch”? [verdachte] zegt daarbij dat hij moet kijken welke schoenen hij wil en daarom dat bedrag moet weten. [naam 8] zegt dat ze 825 heeft.” [49]
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Vorderingen van de benadeelde partijen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1]
€ 5.500,00 (vijfduizend vijfhonderd euro) bestaande uit € 4.500,00 (vierduizend vijfhonderd euro) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.