Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- vrijspraak van het primair tenlastegelegde (oplichting);
- bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde (verduistering);
- veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;
- integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 22 maart 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk één of meerdere
Beoordeling van het bewijs
Bij deze geef ik U Mr [verdachte] toestemming om geld van mijn rekening te pinnen.
De pincode is [nummer] .’
Bewezenverklaring
hij in de periode van 1 december 2017 tot en met 22 maart 2018 in Nederland,
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
€ 7.399,05 (zevenduizend driehonderdnegenennegentig euro en vijf cent) bestaande uit € 6.799,05 (zesduizend zevenhonderdnegenennegentig euro en vijf cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.