De zaak betreft de beëindiging van het ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2014, die sinds 2019 uit huis is geplaatst vanwege een forse ontwikkelingsachterstand. De rechtbank had het gezag van de ouders beëindigd en de William Schrikker Stichting tot voogd benoemd, een beslissing die de ouders in hoger beroep aanvochten.
Het hof heeft het beroep van de ouders verworpen en de beslissing van de rechtbank bekrachtigd. De ouders kunnen niet bieden wat de minderjarige nodig heeft, wat blijkt uit het rapport van de raad en de zitting. De minderjarige woont sinds juni 2021 in een gezinshuis, waar hij ongestoord kan opgroeien.
Het hof benadrukt dat het belang van het kind voorop staat en dat de ouders ondanks het verlies van gezag hun ouderlijke rechten behouden, waaronder recht op omgang en informatie. Door de voogdij aan de William Schrikker Stichting toe te wijzen, vervalt de noodzaak van jaarlijkse machtigingen tot uithuisplaatsing.
De uitspraak is op 14 september 2021 gedaan door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 14 december 2020.