ECLI:NL:GHARL:2021:8648
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.A.M. van Os - ten Have
- H. Phaff
- H. van Loo
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige bevestigd door gerechtshof
In deze zaak stond de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De moeder, die het gezag heeft, was het niet eens met de verlenging en ging in hoger beroep tegen de beslissing van de kinderrechter die de uithuisplaatsing tot 7 april 2022 verlengde.
De minderjarige woont sinds de zomer van 2019 bij pleegouders. De moeder erkent haar verstandelijke beperking maar stelt dat zij met de juiste ondersteuning weer zelf voor haar kind kan zorgen. De gezinsvoogd rapporteerde echter dat het beter gaat met de minderjarige sinds de uithuisplaatsing en dat deze nog steeds noodzakelijk is.
Het hof oordeelde dat de moeder door haar verstandelijke beperking, PTSS, hechtingsstoornis en vermoedelijke ASS niet in staat is om de verzorging en opvoeding te bieden die de minderjarige nodig heeft. De rust en duidelijkheid in het pleeggezin zijn essentieel voor de positieve ontwikkeling van het kind.
Daarom is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van de minderjarige en wordt de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd. Het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 7 april 2022 en wijst het hoger beroep van de moeder af.