Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn voormalige echtelieden die zijn gescheiden in 2009 met de afspraak dat de voormalige echtelijke woning zou worden verkocht en de opbrengst gelijk verdeeld. De vrouw kwam haar verplichting tot verkoop niet na, waarna appellant in 2017 zijn recht op nakoming omzet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Dit leidde tot een arrest in 2019 waarin zijn vordering werd toegewezen.
In deze procedure vordert appellant terug te komen op die omzettingsverklaring en een hogere schadevergoeding wegens een hogere verkoopopbrengst. Het hof oordeelt dat appellant niet kan terugkomen op zijn keuze op grond van redelijkheid en billijkheid, misbruik van omstandigheden, dwaling of ongerechtvaardigde verrijking, omdat hij geen voldoende feitelijke onderbouwing heeft gegeven en er geen sprake was van een dwangpositie.
Het hof benadrukt dat de hogere verkoopopbrengst het logische gevolg is van de gemaakte keuze tot omzetting van de vordering en dat appellant na omzetting enkel recht heeft op de vastgestelde schadevergoeding. De vordering tot aanvullende schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en compenseert de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot terugkomen op de omzettingsverklaring en aanvullende schadevergoeding af.