Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
hierna: [verweerster] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen sloten een huurovereenkomst voor woonruimte met een aanvangshuurprijs van €1.125 per maand. De huurcommissie oordeelde dat deze prijs niet redelijk was en stelde een lagere huurprijs vast. De kantonrechter bevestigde echter de hogere huurprijs, waarbij hij rekening hield met een WOZ-waarde en energieprestatie die na het peilmoment waren vastgesteld.
Appellante stelde dat het appelverbod van artikel 7:262 lid 2 BW Pro doorbroken moest worden vanwege onjuiste toepassing van het huurprijzenrecht en schending van fundamentele rechtsbeginselen, waaronder het recht op een eerlijk proces. Het hof oordeelde dat de kantonrechter niet buiten het toepassingsgebied was getreden en dat motiveringsgebreken geen doorbrekingsgrond vormen.
Ook wees het hof het betoog af dat prejudiciële vragen over de energieprestatie-richtlijn hadden moeten worden gesteld, omdat de zaak niet ging over de verplichting tot het tonen van het energieprestatiecertificaat.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd op 14 september 2021 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de huurprijsvaststelling van de kantonrechter wordt bevestigd.