Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene, geboren in 2002, is sinds zijn jeugd onder voogdij gesteld na het overlijden van zijn moeder en het beëindigen van het ouderlijk gezag van zijn vader. De stichting [naam1], die generalistische basiszorg levert en nauw samenwerkt met andere zorgverleners, heeft een verzoek tot ondercuratelestelling ingediend vanwege de lichamelijke en geestelijke toestand van de betrokkene.
De kantonrechter stelde de betrokkene onder curatele en benoemde [verweerster] B.V. tot curator. De betrokkene ging in hoger beroep tegen deze beslissingen, met als hoofdargument dat de stichting niet bevoegd was het verzoek in te dienen en dat hij niet in een zodanige toestand verkeert dat ondercuratelestelling nodig is.
Het hof oordeelt dat de stichting bevoegd was het verzoek in te dienen, gezien haar rol in de begeleiding en regie over de zorg voor de betrokkene. Tevens is het hof overtuigd dat de betrokkene vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand niet in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen en dat een ondercuratelestelling noodzakelijk is. Het verzoek tot deskundigenonderzoek wordt afgewezen omdat het dossier voldoende informatie bevat.
Het hoger beroep tegen de benoeming van de provisionele bewindvoerder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling en wijst het beroep verder af. De beschikking is uitgesproken op 16 september 2021.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling en verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de benoeming van de provisioneel bewindvoerder.