Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders hadden gezamenlijk gezag over hun twee jonge kinderen met een kwetsbare gezondheid, maar de verstandelijke beperking van de vader en de gebrekkige communicatie tussen de ouders maakten het gezamenlijk gezag problematisch.
De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en de moeder het eenhoofdig gezag gegeven, met een begeleide omgangsregeling van een half uur per twee weken voor de vader. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om het gezag niet te wijzigen en de omgangsduur te verlengen naar minimaal één uur.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen was vanwege de medische kwetsbaarheid van de kinderen en de beperkte capaciteiten van de vader. De moeder werd daarom bekrachtigd als eenhoofdig gezagsdrager. De omgangsregeling werd aangepast naar één uur per twee weken onder begeleiding, met een opbouwregeling in het belang van de kinderen.
De vader blijft betrokken bij de kinderen via de omgang en maandelijkse informatievoorziening door de moeder. Het hof benadrukte dat de situatie van de kinderen niet vergelijkbaar is met die van de oudere halfzus, vanwege de intensieve medische zorg die nodig is.
De beschikking van de rechtbank werd in zoverre bekrachtigd en deels vernietigd, met een nieuwe omgangsregeling vastgesteld en het meer of anders verzochte afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder en stelt een begeleide omgangsregeling van één uur per twee weken met opbouw vast.