Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
zij op of omstreeks 18 juli 2019, althans in de maand juli 2019, te [plaats] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplichtigheid aan oplichting en witwassen, waarbij zij werd verdacht betrokken te zijn bij een WhatsApp-oplichting waarbij een slachtoffer geld overmaakte naar een rekening op naam van verdachte.
De politierechter veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier weken en kende de benadeelde partij schadevergoeding toe. Het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij, omdat het bewijs onvoldoende was om haar betrokkenheid wettig en overtuigend vast te stellen.
Het hof nam onder meer de WhatsApp-gesprekken en verklaringen in het dossier in ogenschouw, maar vond dat de enkele chatberichten onvoldoende bewijs vormden. Verdachte erkende contact te hebben gehad met een betrokkene, maar dat was niet doorslaggevend.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd daarom afgewezen wegens het ontbreken van schuld van verdachte. Het hof veroordeelde verdachte slechts tot vergoeding van de door de benadeelde partij gemaakte kosten tot aan de uitspraak, begroot op nihil.
Het arrest werd gewezen door mr. L.G. Wijma, mr. L.J. Bosch en mr. A. Meester, waarbij laatstgenoemde niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan oplichting en witwassen wegens onvoldoende bewijs.