Uitspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 8 december 2015 te [plaats1] , gemeente [gemeente] , althans in het arrondissement Noord-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen al dan niet een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte en/of haar medeverdachte [medeverdachte] (telkens)
zij op of omstreeks 1 juli 2012 tot en met 8 december 2015, te [plaats1] , gemeente [gemeente] , althans in het arrondissement Noord-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
zij op of omstreeks 8 december 2015 te [plaats1] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ruimte, te weten een (deel van een) loods aan:
het hof begrijpt: het [naam8]) heeft gestaan. De opbrengst van [verdachte] betrof € 700/€ 800 per keer. De verdediging heeft voorts een e-mail afkomstig van het [naam8] overgelegd waaruit blijkt dat [verdachte] dan wel [naam7] diverse malen een standplaats heeft gehuurd op de ‘Supervlooi’ in 2013/2014 en 2014/2015. Gelet op deze concrete onderbouwing acht het hof het aannemelijk dat [verdachte] in de periode van 1 juli 2012 tot 8 december 2015 zeven keer op een rommelmarkt goederen heeft verkocht met een gemiddelde opbrengst van € 800,- per keer. Het hof zal dan ook een bedrag van € 5.600,- aanmerken als legaal verkregen inkomsten. Het hof acht het echter niet aannemelijk dat de verkopen op de rommelmarkt ook hebben plaatsgevonden voorafgaand aan 1 juli 2012, nu dit door de verdediging ook niet nader concreet is onderbouwd. Het hof zal daar dan ook geen rekening mee houden bij het vaststellen van het beginsaldo op 1 juli 2012.
stashenen/of te verwerken hennep van de coffeeshop nadat de verdachte dan wel haar medeverdachte de (directe) werkzaamheden voor de coffeeshop had beëindigd, ontbreekt enig aanknopingspunt. Dit laatste geldt ook voor de hypothese dat de verdachte en haar medeverdachte in de veronderstelling zouden hebben kunnen verkeren dat er elders nog andere
stash- c.q. verwerkingslocaties zouden zijn geweest.
Bewezenverklaring
zij in de periode van 1 juli 2012 tot en met 8 december 2015, te [plaats1] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een ander van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte en haar medeverdachte [medeverdachte] een hoeveelheid geld verworven, voorhanden gehad, terwijl zij, verdachte en haar medeverdachte, wisten dat dat geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
zij op 8 december 2015 te [plaats1] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een ander een ruimte, te weten een deel van een loods aan:
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Inbeslaggenomen goederen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: