ECLI:NL:GHARL:2021:8850
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs reële mogelijkheid staandehouding
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het rijden over een fietspad, een overtreding vastgesteld op 27 november 2018 in Rotterdam. De betrokkene erkende de gedraging, maar voerde aan dat de situatie noodzake om over het fietspad te rijden vanwege wegblokkades en spoedeisend vervoer.
De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een geldige machtiging van de gemachtigde, maar het hof vernietigde deze beslissing omdat de betrokkene niet voldoende was geïnformeerd over de consequenties van het niet overleggen van de machtiging.
Het hof oordeelde vervolgens dat de enkele verklaring van de ambtenaar dat de bestuurder 'van hem afreed' onvoldoende is om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden. Hierdoor mocht de sanctie niet aan de kentekenhouder worden opgelegd en werd de sanctiebeschikking vernietigd.
De advocaat-generaal werd veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene. De overige bezwaren behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.