Uitspraak
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.Het verloop van het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
- i) de resultaten van de projecten tijdens het 2e halfjaar 2018 en begin 2019 tegenvielen door oorzaken als uitstel van oplevering, extra kosten binnen de projecten en het niet doorgaan van geoffreerde aanvragen, welke oorzaken zijn toe te rekenen aan kopers;
- ii) het gros van de projectkosten is gemaakt na de aandelenoverdracht;
- iii) na de aandelenoverdracht een manager voor [appellante] is aangetrokken die niet bleek te functioneren, waarmee [geïntimeerde] geen bemoeienis had.
- in de halfjaarcijfers 2018 is vermeld dat geen accountantscontrole is toegepast;
- in een e-mail van 6 juli 2018 [geïntimeerde] heeft aangegeven dat de berekening van de OHP post op de balans (het hof begrijpt: onderhanden projecten) voorlopig is en is gebaseerd op extrapolatie van de op dat moment bekende cijfers en onder de aanname dat de projecten in 2018 worden afgerond;
- ten aanzien van de liquiditeitsbegroting is aangegeven dat dit inschattingen betreffen die afhankelijk zijn van toekomstige ontwikkelingen;
- de liquiditeitsbegroting niet was vergezeld van de projectadministratie.
5.De slotsom
- verschotten: € 2.071,- (griffierecht);
- salaris advocaat conform liquidatietarief (1,5 punt, appeltarief III): € 2.163,-.