De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling gepleegd op 5 juli 2019, waarbij hij zijn toenmalige vriendin meerdere malen met een kandelaar sloeg en haar verder lichamelijk mishandelde in haar woning. Deze handelingen leidden tot lichamelijk letsel en gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer.
De politierechter had eerder een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Het hof bevestigde het vonnis, maar wijzigde de strafoplegging. De advocaat-generaal had een geldboete geëist, maar het hof vond een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf passend gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte, zijn proeftijd bij een eerdere zaak, en het reclasseringsadvies. Ook werd het belang van de naturalisatieprocedure van de verdachte meegewogen. De opgelegde straf bestaat uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaar, een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
De strafoplegging dient als afschrikking en stok achter de deur om herhaling te voorkomen. Het vonnis werd op 17 september 2021 uitgesproken door het hof te Leeuwarden.