ECLI:NL:GHARL:2021:8945

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 september 2021
Publicatiedatum
23 september 2021
Zaaknummer
21-004535-19
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling en vernieling personenauto

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde mishandeling en vernieling van een personenauto. De tenlastelegging betrof geweld en bedreiging tegen een persoon en vernieling van een auto op of omstreeks 14 maart 2017.

Het hof heeft het onderzoek op de terechtzitting van 3 september 2021 verricht en daarbij alle wettige bewijsmiddelen beoordeeld. De advocaat-generaal had een veroordeling gevorderd tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, maar het hof vond de bewijsvoering onvoldoende overtuigend.

De politierechter had verdachte eerder veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, maar het hof vernietigde dit vonnis vanwege een andere bewijsbeslissing. Het hof verklaarde dat verdachte niet bewezen kan worden dat hij het geweld en de vernieling heeft gepleegd en sprak hem daarom vrij.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor mishandeling en vernieling.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004535-19
Uitspraak d.d.: 17 september 2021
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 15 augustus 2019 met parketnummer 18-022536-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van de verdachte ter zake van hetgeen hem is tenlastegelegd onder 1 primair en 2 primair, na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep, tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. W. Schoo, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 15 augustus 2019 de verdachte ter zake van hetgeen hem onder 1 primair en 2 primair is tenlastegelegd, veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 14 maart 2017, in de gemeente [gemeente] openlijk, te weten, op de P+R op of aan de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld en/of bedreiging met geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [naam1] , welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, schoppen en/of trappen en/of meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of (vervolgens) toevoegen van de woorden: "Je vertelt het tegen niemand en als je de politie erbij haalt of als ik er achter kom dat je het wel tegen iemand vertelt, dan zoek ik je elke dag weer op", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 14 maart 2017, in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [naam1] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het meermalen, althans eenmaal, schoppen en/of trappen en/of meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen van die [naam1] ;
2. primair
hij op of omstreeks 14 maart 2017, in de gemeente [gemeente] openlijk, te weten op de P+R op of aan de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, te weten een personenauto, geheel of ten dele toebehorende aan [naam1] en/of [naam2] , welk geweld bestond uit de sleutel met kracht uit het contact trekken en/of het trappen en/of schoppen tegen voornoemde personenauto;
2. subsidiair
hij op of omstreeks 14 maart 2017, in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, in elk geval enig goed dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten [naam1] en/of [naam2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair of 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. W. Foppen, voorzitter,
mr. T.H. Bosma en mr. W. Geelhoed, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,
en op 17 september 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.