Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder oefende het ouderlijk gezag uit over haar zoon, geboren in 2012, die sinds 2017 in een gezinshuis verblijft vanwege complexe problematiek en een onveilige hechting. De rechtbank had het gezag van de moeder beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. De moeder ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overwoog dat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd en dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding kan dragen. Ondanks de instemming van de moeder met het verblijf in het gezinshuis en haar samenwerking, is het perspectief van het kind niet meer bij haar, mede door haar ASS en zorgen over de stabiliteit van haar beslissingen.
Het hof vond dat minder ingrijpende maatregelen niet volstaan, omdat de aanvaardbare termijn voor terugkeer verstreken is en verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet passend is. De gezagsbeëindiging is proportioneel en noodzakelijk in het belang van het kind. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar zoon.