ECLI:NL:GHARL:2021:9103

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 september 2021
Publicatiedatum
28 september 2021
Zaaknummer
Wahv 200.276.812/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder voor vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden bij ongeval

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 17 september 2018 op de A59 in Heesch. De betrokkene betwistte de overtreding en stelde dat hij niet zelf reed en dat de bestuurder geen telefoon vasthield. Ook wees hij op tegenstrijdigheden in de verklaring van de ambtenaar en het ontbreken van merk- en modelgegevens van de telefoon.

Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar, die de overtreding had vastgesteld tijdens de afhandeling van een ernstig ongeval waarbij een traumahelikopter landde, betrouwbaar was. De ambtenaar kon de bestuurder niet staande houden vanwege de situatie, maar zag duidelijk dat de bestuurder een mobiele telefoon vasthield. Het ontbreken van merk- en modelgegevens was niet relevant voor de vaststelling van de overtreding.

Volgens artikel 5 van Pro de Wahv mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd indien geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Het hof vond dat dit hier het geval was, omdat de ambtenaar en zijn collega bezig waren met het ongeval en het verkeer moesten regelen. De sanctie werd daarom terecht aan de kentekenhouder opgelegd.

De bezwaren van de betrokkene werden ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter werd bevestigd. Het hof benadrukte dat de ambtenaar alleen boetes uitschreef als hij 100% zeker was van de overtreding.

Uitkomst: De sanctie van €230 voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt bevestigd en opgelegd aan de kentekenhouder.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.276.812/01
CJIB-nummer
: 219957273
Uitspraak d.d.
: 28 september 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 21 januari 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 september 2018 om 9:56 uur op de Rijksweg (A59) in Heesch met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat hij zelf niet op voornoemd tijdstip met het voertuig heeft gereden maar dat degene die dat wel deed aan hem heeft verklaard dat hij zijn telefoon niet tijdens het rijden heeft vastgehouden. De bestuurder is niet staande gehouden en ook is er geen merk of model van het telecommunicatieapparaat genoteerd. De betrokkene gaat er dan ook van uit dat er sprake is van een onjuiste waarneming door de politieagent. Voorts brengt de betrokkene naar voren dat de verklaringen van de ambtenaar in het zaakoverzicht elkaar tegenspreken. Zo staat er dat de ambtenaar bij de staandehouding zag dat het een mobiele telefoon betrof terwijl verderop wordt vermeld dat de reden dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden was dat er een verkeersongeval was. De betrokkene vindt het belangrijk dat wordt staandegehouden en dat tot nader onderzoek wordt over te gaan, zeker als het een bedrijfsvoertuig betreft en er vaak een ander dan de eigenaar in rijdt.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn rechterhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof. (…)
Reden geen staandehouding: Betrof een verkeersongeval en betrokkene passeerde ons met zijn mobiele telefoon in zijn rechterhand.”
5.Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 januari 2019, waarin de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd voor zover relevant het volgende verklaart:
“Op 17 september 2018 omstreeks 9:00 uur was ik, verbalisant [naam1] , samen met mijn collega [naam2] , belast met een ongeval op de A59, rijrichting Heesch naar Nijmegen. Omdat het een ongeval met beknelling betrof landde er een traumahelikopter op de snelweg. Om de hulpverlening mogelijk te maken werd de autosnelweg A59 in zijn geheel door ons afgesloten. Het gevolg hiervan was een lange file.
Om 9:38 uur gaf collega [naam3] middels de portofoon aan ons door dat rijstrook 1 opengesteld werd en dat het verkeer op de A59 het ongeval langzaam rijdend aan de linkerzijde kon passeren. Wij stonden op rijstrook 2 en keken in de richting van de lange file auto’s die ons langzaam rijdend op rijstrook 1 passeerde. De auto’s passeerden ons op ongeveer 2 meter.
Ik had goed zicht op de bestuurders van de passerende auto’s, omdat het een heldere dag zonder neerslag was. Ik keek, net als mijn collega, schuin de auto’s in. Wij keken de passerende auto’s in om te controleren of bestuurders een mobiele telefoon vasthielden tijdens het rijden. Dit omdat verscheidene bestuurders ons filmend voorbij reden. Ik keek naar alle auto’s die ons rijdend, soms stapvoets, passeerden op ongeveer 2 meter afstand. Geen enkele auto die ons voorbij kwam stond stil omdat de file inmiddels langzaam aan het rijden was. Ik zag op dat moment verscheidene bestuurders die een mobiele telefoon vasthielden tijdens het passeren en dus tijden het rijden. Ik noteerde de kentekens van de auto’s waarin deze bestuurders zaten, alsmede de tijd en de manier van vasthouden. Hierna heb ik deze bestuurders (het hof begrijpt: de kentekenhouders) beboet voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. Ik heb alleen die bestuurders beboet van wie wij 100% zeker waren dat zij een overtreding begaan hadden en dus een mobiele telefoon vasthielden tijden het rijden. Ik schreef deze boetes uit op kenteken daar een stopteken op de snelweg en vanwege het incident niet mogelijk was.
De Mercedes Benz Vito van [betrokkene] passeerde ons op bovengenoemde datum om 9:56 uur. Ik, verbalisant [naam1] , zag dat de bestuurder een mobiele telefoon in zijn rechterhand vasthield. Daar ik verschillende bekeuringen heb uitgeschreven aan passerende bestuurders kan ik niet met zekerheid zeggen wat voor merk telefoon de betrokken bestuurder vasthad. Het is voor mij namelijk onmogelijk om alle bekeuringssituaties gedetailleerd te onthouden. Vandaar dat de hoogst nodige informatie ter plaatse snel werd opgeschreven. Ik ben er zeker van dat ik de bestuurder van genoemde Mercedes Ben Vito op de gestelde overtredingsdatum en -tijdstip met een mobiele telefoon in zijn hand zagen rijden. Nogmaals wil ik benadrukken dat ik, net als mijn collega, alleen verbaliseerde als wij beiden 100 procent overtuigd waren van een geconstateerde overtreding.”
6. Het hof ziet in hetgeen is aangevoerd geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat hij heeft gezien dat de bestuurder van het betreffende voertuig tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthield. Dat in de verklaring die is opgenomen in het zaakoverzicht staat dat bij de staandehouding is gezien dat het een mobiele telefoon betrof, terwijl er geen staandehouding heeft plaatsgevonden, is weliswaar onzorgvuldig te noemen, maar brengt niet mee dat moet worden getwijfeld aan de verklaring van de ambtenaar dat hij heeft gezien dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthield. In het aanvullend proces-verbaal heeft de ambtenaar uitgebreid en gedetailleerd verklaard hoe hij dit heeft waargenomen. De enkele stelling van de betrokkene dat de bestuurder heeft aan hem verklaard dat hij zijn mobiele telefoon niet tijdens het rijden heeft vastgehouden, is onvoldoende om aan die verklaring van de ambtenaar te twijfelen. Dat de ambtenaar niet het merk en het model van de telefoon heeft genoteerd, maakt het voorgaande niet anders. Geen rechtsregel schrijft voor dat de vaststelling dat een gedraging als deze is verricht afhankelijk is van dergelijke informatie. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
8. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden, omdat dit vanwege het verkeersongeval niet mogelijk was. De ambtenaar was samen met zijn collega bezig met de afhandeling van een ernstig verkeersongeval. Onder dergelijke omstandigheden kan niet van hen worden gevergd dat één van hen zijn werkzaamheden onderbreekt om een staandehouding te verrichten. Dat het in dit geval om een bedrijfsvoertuig ging, maakt dat niet anders. Aldus was in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder en is de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
9. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.