Uitspraak
[appellant],
WMD,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant gehouden was tot betaling van facturen voor drinkwaterlevering door WMD Drinkwater B.V. Het geschil betrof met name de periode vanaf 27 augustus 2015, waarbij appellant betwistte dat een overeenkomst tot stand was gekomen en de juistheid van de facturen.
Het hof bevestigde in het tussenarrest dat appellant een overeenkomst tot levering van drinkwater met WMD had gesloten en dat hij gehouden was de facturen vanaf die datum te betalen. WMD had een creditnota overgelegd ter correctie van het verbruik vóór die datum, waardoor het nog te betalen bedrag € 2.077,89 bedroeg, vermeerderd met rente en incassokosten.
Appellant voerde aan dat het verbruik na 27 augustus 2015 onredelijk hoog was, maar het hof vond deze stelling onvoldoende onderbouwd en ging uit van de juistheid van de door WMD overgelegde meterstanden en tarieven. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de kantonrechter, veroordeelde appellant tot betaling van het bedrag met rente en incassokosten en veroordeelde hem tevens in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 2.389,57 met rente en incassokosten, en in de proceskosten van het hoger beroep.