Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een geschil tussen twee broers over de verdeling van een weiland uit de nalatenschap van hun moeder, die in 2017 overleed. De broers zijn ieder voor de helft erfgenaam, maar hun relatie is ernstig verstoord, waardoor zij niet in staat zijn het weiland onderling te verdelen. De rechtbank had het weiland aan één broer toegewezen, maar het hof vernietigt dit oordeel.
Het hof stelt vast dat toedeling aan één van de broers of een verdeling bij helfte niet reëel is vanwege het langdurige en diepgewortelde conflict. Beide broers hebben emotionele en praktische redenen om het weiland te willen behouden, maar het geschil lijkt een principekwestie geworden die niet door toedeling kan worden opgelost.
Daarom bepaalt het hof dat het weiland verkocht moet worden aan een derde partij. Partijen dienen gezamenlijk binnen vier weken een makelaar opdracht te geven tot verkoop, en bij onenigheid kan ieder afzonderlijk namens de ander optreden. De netto verkoopopbrengst wordt gelijk verdeeld. De overige goederen van de nalatenschap worden bij helfte verdeeld zoals eerder bepaald. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het weiland verkocht moet worden en de opbrengst gelijk wordt verdeeld tussen de broers.