Op 14 februari 2019 ontstond een burenruzie waarbij verdachte zijn buurman bedreigde met de woorden "Wat wil je dan, ik maak je af" en met een vleesmes in de hand op hem af rende. Verdachte ontkende de bedreiging en stelde dat hij het mes en een lepel bij zich had omdat hij aan het koken was.
Getuigenverklaringen van de buurman en twee verbalisanten bevestigden dat verdachte met een groot mes in de hand in versnelde pas op de buurman af kwam en daarbij bedreigende woorden uitsprak. De verbalisant loste een waarschuwingsschot waarna verdachte stopte en het mes weggooide.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar. Het mes werd verbeurd verklaard. Het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een eerder steekincident waarbij verdachte slachtoffer was.