Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Overtreden artikel: 5 WVW 1994 (…)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd gesanctioneerd voor het laten staan van een voertuig op de Bergweg in Rotterdam, waardoor hinder en mogelijk gevaar ontstond voor fietsers en andere weggebruikers. De overtreding betrof artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, dat verbiedt gedrag dat gevaar of hinder op de weg veroorzaakt.
De betrokkene stelde dat een meer specifieke feitcode (R396b) van toepassing was voor het stilstaan op een fietsstrook, waarbij hinder al verdisconteerd is, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel omdat de ambtenaar een lagere sanctie had aangekondigd. Het hof oordeelde echter dat de ambtenaar vrij was om de algemene sanctie op grond van artikel 5 WVW Pro 1994 op te leggen, omdat de hinder niet volledig in de specifieke feitcode was verdisconteerd.
De betrokkene erkende het stilstaan op de fietsstrook, en het bewijs bestond uit een foto en een verklaring van de ambtenaar. Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel wegens gebrek aan onderbouwing. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: De sanctie voor het veroorzaken van hinder door stilstaan op de fietsstrook wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.