Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
- Wat zijn je doopnamen
- Wat is je adres
- Wat is je geboorteplaats
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd op 23 mei 2019 staande gehouden wegens het niet tonen van het rijbewijs op eerste vordering. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene voerde aan dat hij op het tijdstip van de overtreding elders was en dat de identiteit niet juist was vastgesteld, mede vanwege het ontbreken van een foto ter onderbouwing en het bestaan van broers met gelijke kenmerken.
De ambtenaar stelde controlevragen en vergeleek de bestuurder met een RDW-foto in het MEOS-systeem, waarna hij met 100% zekerheid de identiteit vaststelde. Het hof oordeelde dat de identiteit op juiste wijze was vastgesteld en dat de enkele stelling dat iemand anders de gegevens zou hebben opgegeven onvoldoende was. De foto in MEOS werd niet als bewijs van de gedraging gebruikt, maar ter vaststelling van de identiteit.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie van €95 blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95 wegens het niet tonen van het rijbewijs en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.