ECLI:NL:GHARL:2021:9247

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 oktober 2021
Publicatiedatum
1 oktober 2021
Zaaknummer
Wahv 200.281.738/01 en Wahv 200.281.639/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WahvArt. 5 WahvArt. 5a Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aansprakelijkheid kentekenhouder bij niet-bedrijfsmatige autoverhuur volgens artikel 8 Wahv

De betrokkene is als kentekenhouder twee administratieve sancties opgelegd wegens snelheidsovertredingen binnen de bebouwde kom met een voertuig dat hij had verhuurd. Hij stelde dat de verhuur bedrijfsmatig was in de zin van artikel 8 Wahv Pro en verzocht om de boetes op naam van de huurder te stellen en terugbetaling van de boetes.

Het hof beoordeelde of de huurovereenkomst als bedrijfsmatig kon worden aangemerkt. De betrokkene overlegde een huurovereenkomst, een kopie van het identiteitsbewijs van de huurder en een KvK-uittreksel van zijn bedrijf. Uit het KvK-uittreksel bleek dat het bedrijf van de betrokkene geen autoverhuur als normale bedrijfsvoering had, maar zich richtte op handel in wijnen en adviesactiviteiten.

Het hof concludeerde dat de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat de verhuur bedrijfsmatig was. Hierdoor kon hij geen beroep doen op artikel 8 Wahv Pro en bleef hij als kentekenhouder aansprakelijk voor de opgelegde sancties. De beslissingen van de kantonrechter werden bevestigd.

Uitkomst: De beslissingen van de kantonrechter worden bevestigd en de betrokkene blijft aansprakelijk voor de boetes.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.281.738/01 en Wahv 200.281.639/01
CJIB-nummer
: 228591720 en 228476056
Uitspraak d.d.
: 1 oktober 2021
Arrestop de hoger beroepen inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 9 juni 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft in de zaak met Wahv-nummer 200.281.639/01 een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft in die zaak de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen twee administratieve sancties opgelegd, namelijk:
- een sanctie van € 153,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met
17 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 september 2019 om 23:55 uur op de N203 in Krommenie met het voertuig met het kenteken [kenteken] ;
- een sanctie van € 165,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met
18 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 september 2019 om 20:07 uur op de N203 in Krommenie met het voertuig met het kenteken [kenteken] ;
2. De betrokkene is het niet eens met de beslissingen van de kantonrechter en voert aan dat het voertuig ten tijde van de gedragingen bedrijfsmatig was verhuurd in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv. De betrokkene geeft aan dat hij zijn eigen bedrijf heeft in de verhuur van personenauto’s en kleine bestelauto’s. Met zijn bedrijf [naam1] regelt de betrokkene de verzekeringen en beheert hij de administratie voor dit autoverhuurbedrijf. Alle voertuigen staan op naam van de betrokkene en daarom is hij wettelijk gezien de eigenaar en dus komen de boetes ook allemaal op zijn adres binnen. Ter onderbouwing wijst de betrokkene op de door hem meegestuurde verhuurovereenkomst met een kopie van het identiteitsbewijs van degene aan wie het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd en het door hem bijgevoegde KvK uittreksel. De betrokkene vraagt of de boetes op naam van de huurder kunnen worden gesteld en verzoekt om terugbetaling van de boetes.
3. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv luidt –voor zover hier van belang– als volgt:
“De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk Pro artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was”.
4. Uit de overlegde huurovereenkomst blijkt dat de betrokkene het voertuig met voormeld kenteken ten tijde van de gedragingen had verhuurd. De vraag die ter beoordeling voor ligt is of deze huurovereenkomst is aan te merken als een bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst in de zin van voormeld artikel 8 van Pro de Wahv.
5. Het is aan de betrokkene om dat aannemelijk te maken. De betrokkene heeft in hoger beroep een uittreksel uit de registers van de KvK overgelegd. Hieruit volgt dat de betrokkene zich op
1 januari 2001 heeft ingeschreven met zijn bedrijf [naam2] . Bij de activiteitomschrijving staat het volgende vermeld: “im- en export van alsmede groot- en detailhandel in wijnen en aanverwante artikelen, alsmede organisatie advies- en managementactiviteiten. Arbeidsbemiddeling.”
6. Op de door de betrokkene overgelegde huurovereenkomst staat in de kop de naam van [naam2] vermeld. Daaronder staat de naam vermeld van de betrokkene.
7. De betrokkene heeft naar het oordeel van het hof niet aannemelijk gemaakt dat er in het onderhavige geval sprake was van bedrijfsmatige verhuur van het voertuig. Het hof betrekt hierbij dat uit de stukken niet blijkt dat de verhuur past binnen de normale bedrijfsvoering van het bedrijf van de betrokkene (vgl. het arrest van dit hof van 29 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1561).
Daarom komt de betrokkene geen beroep toe op grond van artikel 8 van Pro de Wahv en is hij als kentekenhouder aansprakelijk voor beide sancties.
8. De kantonrechter heeft in beide zaken een juiste beslissing genomen. Het hof zal deze beslissingen dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissingen van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pranger, als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.