Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.[de vader] ,
2.de gecertificeerde instelling
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een minderjarige onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling (GI) voor de duur van een jaar. De ondertoezichtstelling is ingesteld vanwege ernstige bedreigingen voor de ontwikkeling van het kind, veroorzaakt door huiselijk geweld en verstoorde relaties tussen de ouders.
De ouders zijn in 2020 gescheiden en de minderjarige woont bij de moeder. Er is sprake van een geschiedenis van huiselijk geweld in aanwezigheid van het kind, en de moeder heeft aangifte gedaan van seksueel misbruik door de vader. De vader en het kind hebben nauwelijks contact. De moeder heeft twee grieven ingesteld tegen de beschikking, maar het hof oordeelt dat de omstandigheden voldoende zijn om de ondertoezichtstelling te handhaven.
Het hof benadrukt de noodzaak van professionele hulp voor de minderjarige en beveelt een persoonlijkheidsonderzoek van beide ouders aan om de problematiek beter in kaart te brengen. De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd, waarmee de ondertoezichtstelling voor de periode van 12 april 2021 tot 12 april 2022 blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van een jaar en adviseert een persoonlijkheidsonderzoek van beide ouders.