Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de vaststelling van de kinderalimentatie voor het zwaar gehandicapte minderjarige kind centraal. De vrouw vordert een hogere bijdrage van de man, gebaseerd op de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders. De rechtbank had eerder de bijdrage van de man verlaagd, hetgeen de vrouw in hoger beroep aanvecht.
Het hof analyseert de behoefte van het kind aan de hand van de NIBUD-tabellen en erkent extra kosten vanwege de handicap, die het hof schat op circa €800 per maand. De draagkracht van de vrouw wordt vastgesteld op basis van haar bruto-inkomen en het kindgebonden budget, terwijl de draagkracht van de man onzeker blijft door onvoldoende inzicht in zijn inkomsten en verdiencapaciteit.
Het hof concludeert dat de man in redelijkheid geacht kan worden voldoende inkomen te verwerven om aan zijn onderhoudsverplichting te voldoen. Daarom wijst het hof het verzoek van de man tot verlaging af en bepaalt het de kinderalimentatie op €211 per maand, ingaande 1 september 2019. De beschikking van 2019 wordt vernietigd en de bijdrage wordt weer verhoogd tot het niveau van de beschikking van 2016, met inachtneming van de wettelijke indexering.
Uitkomst: De kinderalimentatie voor het gehandicapte kind wordt vastgesteld op €211 per maand vanaf 1 september 2019.