Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
[de bewindvoerder] Bewindvoering & Budgetbeheer(de bewindvoerder),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechthebbende had bij beschikking van 11 februari 2020 onderbewindstelling gekregen wegens een lichamelijke of geestelijke toestand. Zij verzocht op 30 september 2020 om opheffing van het bewind, omdat zij van mening was dat zij voldoende in staat was haar financiële belangen zelf te behartigen. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna de rechthebbende in hoger beroep ging.
Tijdens de procedure overwoog het hof dat het bewind destijds terecht was ingesteld op basis van medische verklaringen en een intakegesprek. Echter, recente medische rapporten van een huisarts en een specialist ouderengeneeskunde toonden aan dat de rechthebbende geen beperkingen meer heeft die het beheer van haar vermogensrechtelijke belangen belemmeren. Hoewel psychosociale kwetsbaarheid aanwezig is, veroorzaakt dit geen problemen in het dagelijks leven.
De rechthebbende heeft een stabiele financiële situatie, ontvangt AOW en pensioen, heeft geen schulden en beschikt over een ruim spaarvermogen. Zij kan indien nodig hulp inschakelen van familie of professionele ondersteuning. De bewindvoerder stond achter het verzoek tot opheffing.
Gelet op deze omstandigheden oordeelt het hof dat het bewind een te zware maatregel is en dat de noodzaak voor voortzetting ontbreekt. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor de periode vanaf heden en heft het bewind op, terwijl het voor de periode tot heden de beschikking bekrachtigt. De opheffing is uitvoerbaar bij voorraad gesteld.
Uitkomst: Het gerechtshof heft het bewind op omdat de noodzaak voor onderbewindstelling niet meer bestaat.